Bron: http://www.dus-sarah-morton.nl/
Waarom geen onderzoek naar buggy's?
Ze zijn niet meer weg te denken uit huishoudens met jonge kinderen.
Met anderhalf jaar kunnen de meeste kinderen lopen en maar enkelen met twee jaar nog niet. Volgens een Brits onderzoek zitten kinderen tot drie jaar gemiddeld twee uur per dag in een buggy. Dat is een feit. Kijk zelf maar wat je ervan vindt.
Verdacht is dat er zo weinig onderzoek is naar buggy's en welk effect dat heeft op kinderen. Alleen dat Britse onderzoek, dat gaat over of baby's naar de ouder kunnen kijken. Maar hoe zit het met kinderen die tegen hun wil vastgebonden zitten? Die willen lopen maar dat niet mogen, omdat dat teveel tijd en moeite kost?
Mensen in het algemeen en kinderen in het bijzonder zijn niet geprogrammeerd om lang achter elkaar stil te zitten. Voor mij misschien makkelijk praten achter mijn toetsenbord ;)
Maar ik kan opstaan als ik daar behoefte aan heb. Een peuter heeft daar toestemming voor nodig en krijgt die vaak niet. Waarom niet?
We noemen verschillende redenen. Tijdgebrek, of het zou niet veilig zijn. Natuurlijk zijn er echt gevaarlijke situaties, zoals een drukke weg moeten oversteken. Maar kinderen zitten ook vast waar geen verkeer komt. In iedere situatie kun je wel gevaar zien, zelfs in een speeltuin, maar hoever wil je daarin gaan?
Kinderen worden ook vastgezet als ze lastig zijn, zoals wanneer ze een driftbui hebben of als ze niet gehoorzamen.
Nog een reden; kinderen moeten leren dat niet alles om hen draait. Vreemd argument. Of je nu voorstander bent van een vrije opvoeding of een autoritaire opvoeding, het kind hoort toch bij het gezin? Waarom zou dat kind alleen het gebeuren mogen ondergaan, terwijl de rest van het gezin er actief aan deelneemt.
Ouders houden hun kind in een buggy, uit angst dat ze weglopen. Dat lijkt puur om de veiligheid te gaan, maar vaak is het om ongestoord te kunnen winkelen of wandelen en niet op het kind te hoeven letten.
Een illustratief voorbeeld was tijdens een braderie, toen ik meedeed aan een campagne van No Kidding. Een paar keer kwam er een moeder langslopen met een meisje van tweeënhalf jaar in een buggy. In die paar uur zat het dochtertje steeds vastgebonden, hoewel zij op den duur duidelijk gefrustreerd raakte. Gillen, spartelen, huilen, dwangmatige bewegingen. Zelfs in het gunstigste geval, als ze toch even heeft mogen lopen, zat ze veel in die buggy.
Gaat een kind van pure stress tekeer en probeert het aandacht te trekken, zien we dat als negatief gedrag dat je niet moet belonen. Het kind moet niet denken z'n zin te kunnen doordrijven.
Het krijgt de boodschap dat het op zichzelf is aangewezen, maar tegelijk is het hulpeloos als een schildpad op z'n rug. Thuis kan het nog z'n gang gaan.
Nu lijkt het of ik het over een gemeen soort ouders heb, maar de meeste ouders zijn zich niet bewust van hoe hun kind zich voelt. Driftbuien horen toch bij de peutertijd?
Je zou denken dat ouders het verschil weten tussen krijsen om een felbegeerd ijsje, of krijsen omdat je als enige niet mag lopen, genegeerd wordt of commentaar krijgt als: “Nee, want jij loopt weg”, of “Afgelopen nu met dat gehuil!” of: “Je bent vervelend”. Als je al een half uur geen positieve aandacht krijgt, geen afleiding, wat lang is als je pas twee jaar bent. De frustratie raast door je heen, maar je kunt niets. Je kunt niet uitleggen hoe je je voelt. Je laat het wel merken, maar wordt niet begrepen. Het is een uitzichtloze, onleefbare situatie. Degenen die je het hardst nodig hebt, doen je dit aan.
Dit lijkt een erg negatief beeld van ouders, maar vul zelf maar in hoe je zou reageren als je kind de hele tijd huilt of gilt en lastig is.
De mate van stress en frustratie lijkt een aantal stadia te doorlopen.
Bijv: (Fase 0. Het kind is tevreden en rustig.)
Fase 1. Het kind wil iets en probeert contact te zoeken.
Fase 2: Het kind voelt zich onbehaaglijk, gaat een beetje huilen, zeuren of piepen maar is nog niet over de toeren. Vaak zijn er pauzes van stilte.
Fase 3: Verdriet, angst of boosheid. Als er geen reactie komt of alleen een afwijzing, gaat het kind harder huilen. De behoefte is al dringend, maar misschien ziet het kind nog mogelijkheden.
Fase 4: Wanhoop, machteloosheid, paniek of woede, onrecht (al denken zulke kleine kinderen nog niet in die woorden) Het kind voelt zich diep ellendig en in de steek gelaten.
Fase 5: Het kind is inmiddels helemaal over de toeren. Spartelen, zichzelf naar voren en achteren gooien, brullen, janken. Het zal misschien nog proberen contact te maken. Niet te verwarren met krijsen om een felbegeerd speeltje.
Fase 6: Zinneloos. Alle remmen zijn los. Het kind heeft totaal geen controle meer over zichzelf. De adrenaline giert door het lijfje. Het probeert geen contact meer te maken. Het gaat helemaal op in de wanhoop.
Vaak zal het kind even tussen vijf en zes blijven hangen.
Fase 7: Kind bezwijkt. Uiteindelijk slaat de uitputting toe. Het kind valt in slaap of ondergaat de situatie lusteloos. Je ziet vaak kinderen waar de vreugde uit verdwenen is. Een matte, holle blik. Niet oplettend en levendig zoals dat hoort bij kinderen.
Ik weet niet of kinderen zich na fase 6 verdoofd voelen, leeg. Of verslagen. Of dat het stressniveau nog even hoog is. Vrolijk of opgelucht zal het pas weer zijn als de situatie is beëindigd, of er op z'n minst iets positiefs gebeurt.
De fases verlopen niet bij ieder kind hetzelfde. Vaak zie je kinderen waarbij het lang duurt voordat het in een hoge fase komt. Weer andere kinderen schieten binnen seconden al in een hoge fase. Sommigen slaan fases over.
Vaak blijven kinderen hangen in een fase, bijv fase 3. Dat hangt ook af van hun temperament. Sommige kinderen die in fase 6 komen, bereiken niet de laatste fase maar vallen terug in een eerdere fase. Wanhopig huilen houden ze langer vol dan zinneloos krijsen. Sommige kinderen komen niet tot overgave.
Kinderen die al heel jong hebben ervaren dat hun behoeften niet vervult worden, ze er in ieder geval geen invloed op hebben, zullen vaak al in de laatste fase (7) komen voordat ze alle vorige fases hebben doorlopen. Zo beschermen ze zichzelf. Beter dan te beseffen dat je ouders je niet geven wat je nodig hebt, is geloven dat die behoeften er niet zijn.
In De onschuldige gevangene van Ingeborg Bosch, staan voorbeelden van baby's die vaak urenlang tevergeefs hebben gehuild in hun bedje. Baby's die sowieso te jong waren om doelbewust op iemands gevoel te werken. Op den duur leerden ze het huilen af, gaven geen kick meer. De ouders dachten dat het tevreden baby's waren geworden. Maar tegen een hoge prijs.
Geen enkele invloed hebben op wat er met je gebeurt kan trauma's veroorzaken. Dat wil zeggen dat je ook op latere leeftijd last houdt van angsten of andere emotionele problemen die voortkomen uit bepaalde situaties. Ook als je die niet meer herinnert. Stress doet wat met je en de manier hoe je het leven ervaart. Je kunt er emotioneel en zelfs fysiek ziek van worden.
Als je eigen kunnen wordt afgenomen, wat doet dat met je zelfbeeld? Wanneer voel je je het meest zelfverzekerd? Als je iets zelf kan, of als anderen alles voor je (moeten) doen?
Kinderen voelen zich groot en nuttig als ze taakjes krijgen. Een etenswaar in de winkelwagen leggen en een compliment krijgen. Door ze erbij te betrekken leren ze ook hoe het huishouden werkt.
Kinderen die vast zitten in een buggy hebben de kans niet om iets 'goed' te doen. En omdat contact maken moeilijk is, trekken ze vaak op een negatieve manier aandacht, wat weer leidt tot een negatieve of geen reactie. Zo is de cirkel rond.
Over bijna ieder onderwerp in de opvoeding en verzorging is er informatie. Van levensgrote problemen tot kleine onzekerheden. Van onhandelbaar gedrag tot kleedgeld, fopspenen, speelgoed, computer. Je kunt uitgebreid lezen over de ontwikkeling van je kind, vriendschap, consequent zijn, hygiëne, vakantie (en andere activiteiten). Over slaapproblemen, faalangst. Over bijna elk mogelijk onderwerp is er wat te lezen.
Ook wetenschappelijk onderzoek zegt dat stress de ontwikkeling beïnvloedt. Bijv kinderen die stelselmatig tevergeefs huilen in hun bedje, hebben op latere leeftijd meer gedragsproblemen en moeite met omgaan met emoties. Juist door dat laatste is de buggy een opvallend grijs gebied. Ieder kind krijgt er als baby en peuter mee te maken, maar dat lijkt geen opvoedkundige te interesseren.
De fabrikanten zijn vooral bezig met elkaar voorbij streven en een nog hipper, handiger model op de markt te brengen, met nog meer mogelijkheden.
In de handleiding staan wel adviezen over hoelang in de buggy per dag, maar dat is puur om fysieke redenen, zoals rugklachten. Fabrikanten willen niet dat ouders schadeclaims gaan eisen.
Maar of het ze iets interesseert hoe het kind zich voelt? Eerder zijn ze bezig hun netten nog verder uit te werpen. Zo zijn er buggy's (modellen waarbij het kind met de rug naar de ouder toe zit)
die geschikt zouden zijn van 0 tot 5 jaar! (Of 0 tot 25 kilogram) Sommige advertenties melden zelfs expliciet dat het model geschikt is voor oudere kinderen. Ze doen er alles aan om de ouders meer bewegingsvrijheid te geven, maar de kinderen... ''Uitgerust met een 5-punts tuigje om het kind goed op de plaats te houden''.
Daarbij zijn de moderne modellen meestal superlicht, compact en makkelijk te vervoeren bijv op de fiets of in de auto. Als het nu logge, onhandige dingen waren, zouden ouders nog gemotiveerd om hun peuter te laten lopen. Buggy's zouden een hulpmiddel zijn, maar in de praktijk is het vaak een dwangmiddel. Hebben fabrikanten/medewerkers nooit een kind gezien, helemaal overstuur omdat het al een uur vastzit? Of hoe een kind hardhandig en onder hevig verzet vast gesnoerd wordt? Hoe een angstige baby tevergeefs probeert aandacht te trekken? Heeft niemand dat Britse onderzoek gelezen?
Wat nodig is, is onafhankelijk onderzoek naar het effect van buggygebruik op kinderen van verschillende leeftijden (en die verschillende leeftijden kun je steeds letterlijker nemen). Kinderen die mogen lopen lijken meer positief contact met de ouder te hebben en het is moeilijker om ze te negeren. Belemmert de buggy het contact of zou het om een ander soort ouders gaan?
Wat mij betreft kan zo'n onderzoek op dezelfde manier gedaan worden als dat Britse onderzoek; door middel van observatie van een paar duizend ouders en kinderen. Met het verschil dat het onderzoek algemeen bekend moet zijn bij iedereen. (Dat Britse onderzoek kreeg ik pas een jaar nadat het verscheen te lezen, toen iemand me erop wees.)
Conclusies zouden tot veilige alternatieven kunnen leiden. Jonge baby's kun je in een draagdoek of draagzak meenemen. Tegen de ouder aan voelen ze zich veilig en geborgen. Oudere baby's kunnen in een buggy waarvan uit ze de ouder kunnen aankijken.
Er is niets mis mee als een kind vrijwillig in een buggy zit omdat het moe is van het lopen. Veel kinderen vinden het prima in een buggy. Bij kinderen die zelf willen lopen, maar steeds weglopen, werkt een tuigje (bijv polsbandje) vaak goed. Die kinderen lijken tevreden en een tuigje belemmert het contact en de bewegingsvrijheid veel minder dan een buggy. Het ziet er misschien maf uit (je kind uitlaten) maar als het kind veilig en tevreden is, waarom zou je je dan iets aantrekken van negatieve reacties?
Sarah Morton.
Sarah Morton heeft verschillende boeken geschreven waaronder:
- Collision - de catastrofe
ISBN: 9789048403882 - Afwijkend en toch zo gewoon
ISBN: 9789089730121


